Marktpartijen hebben tegelijkertijd duidelijkheid en continuïteit nodig om te kunnen investeren in emissieloos materieel, hergebruik en nieuwe werkwijzen. Zulke investeringen doe je immers niet voor één project.
De Themagroep Duurzaamheid van de Taskforce Infra (TFI) werkt aan een aanpak die verder gaat dan alleen eisen stellen. De vraag is ook hoe duurzame prestaties worden meegewogen in aanbestedingen, hoe marktpartijen worden gestimuleerd om verder te investeren en hoe ervaringen uit eerdere projecten kunnen worden benut in volgende projecten.
Van contracteis naar gezamenlijke werkwijze
Concrete duurzaamheidseisen opnemen in een contract is volgens Remko Lelieveld, programmamanager Duurzaam GWW bij Rijkswaterstaat, niet het lastigste deel. Dat gaat dan bijvoorbeeld om het recyclen van beton, verduurzamen van beton en staal en hergebruik van onderdelen. “Concrete duurzaamheidseisen opnemen in een contract is al diverse malen gedaan”, zegt hij. “Maar we willen alle stakeholders stimuleren om duurzaamheid integraal mee te nemen in alle stappen van een project, van aanbieding tot uitvoering.”
Daarmee draagt de vernieuwingsopgave bij aan het doel van Rijkswaterstaat om in 2050 volledig klimaatneutraal zijn en circulair, schoon en emissieloos werken. Dit betekent geen CO₂ meer uitstoten, maximaal energie besparen, elektriciteit zelf opwekken, zorgen voor een goede energie-infrastructuur, en bestaande materialen zoveel mogelijk hergebruiken. Daarnaast wordt het gebruik van primaire grondstoffen tot een minimum beperkt.
Bij de langdurige raamovereenkomsten binnen de vernieuwingsopgave is dat extra relevant. Door vergelijkbare objecten binnen een portfolio aan te pakken, ontstaan kansen om efficiënter te werken, samen te leren en oplossingen verder te ontwikkelen. De werkgroep kijkt dan ook breder dan techniek en eisen. Lelieveld: “We hebben duurzaamheid niet alleen verankerd in ambities en eisen, maar ook in de manier waarop we leren en verbeteren, evalueren en monitoren, en in het waarderen en belonen. De volgende stap is om die aanpak te vertalen naar concrete instrumenten die projecten kunnen gebruiken.”
Consistentie is cruciaal
Voor Gerard Hoiting, algemeen directeur van Roelofs Groep en betrokken bij de werkgroep, is vooral continuïteit belangrijk. “De markt is er wel klaar voor, maar dan gaat het om perspectief en consistentie. We willen niet eenmalig in één project investeren. Investeringen in materieel, circulariteit of CO₂-reductie hebben een langere horizon. Bedrijven moeten weten welke richting opdrachtgevers kiezen en erop kunnen vertrouwen dat die koers ook voor volgende projecten herkenbaar blijft.” Een groot deel van de markt investeert al in duurzaamheid en is volgens Hoiting klaar om verdere stappen te zetten. Voorwaarde is wel dat er voldoende zicht is op toekomstige opdrachten en ambities.
Ruimte om verder te gaan
Er zijn duidelijke kaders voor duurzaamheid nodig, maar daarbinnen moet ook ruimte blijven voor marktpartijen die een stap verder willen gaan. De werkgroep onderzoekt daarom hoe extra duurzame prestaties kunnen meewegen in de aanbesteding en uitvoering.
Lelieveld: “Dat vraagt duidelijke kaders waarover we het samen eens zijn. Want hoe weeg je de inzet gerecycled beton? En hoe waardeer je in de prijsvorming een goed plan voor het leren en verbeteren op het gebied van duurzaamheid?”
De aanpak maakt onderscheid tussen een basisniveau dat steeds meer marktpartijen kunnen toepassen en aanvullende prestaties waarmee koplopers de lat verder kunnen leggen. Bewezen oplossingen kunnen bovendien later onderdeel worden van het reguliere basisniveau. Opdrachtgever en opdrachtnemer zoeken daarbij naar een balans. Aanbestedingen moeten transparant, rechtmatig en eerlijk blijven, en tegelijkertijd ruimte geven aan kwaliteit en ontwikkeling. Hoiting waarschuwt ervoor om vooraf niet te veel voor de markt te bepalen wat wel en niet haalbaar is. “Leg een duidelijke ambitie neer, werk in open samenwerkingen, daag de markt uit en bouw momenten in om te kijken of de gekozen aanpak werkt. Denk niet te veel voor de markt of ze het kunnen. Leg de lat in de langetermijnvisie gewoon op een bepaalde hoogte. Als blijkt dat die lat niet realistisch is, kunnen we altijd in overleg weer bijsturen.”
Niet opnieuw beginnen bij ieder project
Een ander aandachtspunt is voorkomen dat kennis over verduurzaming bij één project blijft hangen. Binnen de grote vernieuwingsopgave moeten ervaringen uit verschillende projecten bij elkaar komen. Volgens Hoiting is daar zeker nog winst te behalen. “Iedereen leert voortdurend binnen een project. De uitdaging is om die lessen ook tussen projecten te delen, zodat we niet telkens opnieuw beginnen. We willen het samen elke keer beter doen?” Dat betekent dat resultaten niet alleen gemeten moeten worden, maar ook verzameld, geëvalueerd en gedeeld. Welke aanpak leverde daadwerkelijk CO₂-reductie op? Welke prikkel werkte goed? Waar liep een aannemer tegenaan? En wat kan bij een volgend project slimmer?
De werkgroep past dit principe ook toe in de eigen samenwerking, legt Hoiting uit. “We bespreken niet alleen mogelijke instrumenten, maar ook hoe beslissingen in de praktijk uitpakken aan beide kanten van de tafel. Als je meer inzicht in elkaars werelden geeft, begrijp je ook beter waar iemand tegenaan loopt. Dan heb je een mooie basis om samen verder te komen.”
Van richting naar toepassing
De richting ligt er inmiddels. De werkgroep heeft uitgewerkt hoe duurzaamheid binnen de vernieuwingsopgave structureel kan worden geborgd en de Taskforce Infra heeft gevraagd om die aanpak verder te concretiseren. De aandacht ligt nu onder meer op instrumenten voor het waarderen en belonen van duurzame prestaties en op de manier waarop resultaten worden gemonitord, geëvalueerd en gedeeld. Zo zijn lessen en oplossingen die in het ene project werken, ook sneller toepasbaar in volgende projecten en andere portfolio’s.
De praktijk moet laten zien wat werkt. Juist daarom ziet Lelieveld monitoren en bijsturen als een essentieel onderdeel van de aanpak. “Je kunt wel iets opschrijven, maar je moet ook controleren of het daadwerkelijk werkt. Als het werkt, moet je het zo laten. En als het niet werkt, ga je in gesprek en stel je onderdelen weer bij. Op die manier kunnen opdrachtgever en markt de aanpak op basis van praktijkervaringen steeds verder aanscherpen en verbeteren.”
Taskforce Infra
De Taskforce Infra (TFI) is het samenwerkingsplatform waar Rijkswaterstaat, Bouwend Nederland, Techniek Nederland, NLingenieurs, MKB Infra, Cumela en de Vereniging van Waterbouwers in een open dialoog samen werken aan concrete en doelgerichte oplossingen die bijdragen aan het verhogen van de productiviteit voor de instandhoudingsopgave. De TFI bestaat uit themagroepen en het Platform VenR waarin inzichten, informatie en kennis op een open en transparante manier worden gedeeld. Het is daarmee een voorbeeld voor de nieuwe manier van samenwerken die nodig is om de grote opgave waar de infrasector voor staat aan te kunnen. Meer weten over de Taskforce Infra? Ga dan naar www.taskforceinfra.nl.