Leren is geen bijproduct, het is een integraal onderdeel van de uitvoering

29-04-2026
103 keer bekeken

De portfolioaanpak is in volle gang. De eerste ervaringen laten zien wat die kan opleveren voor Rijkswaterstaat en voor marktpartijen: voorspelbare eisen, een efficiëntere voorbereiding en meer voorspelbaarheid in de uitvoering.

Tegelijk wordt zichtbaar waar het nog wringt. Kennis blijft regelmatig binnen projecten hangen en keuzes worden niet overal op dezelfde manier gemaakt. De Taskforce Infra zet in op het verbeteren van die kennisoverdracht.  

Hoe zorg je dat de beoogde impact ook daadwerkelijk wordt bereikt? Leren en innoveren spelen daarin een sleutelrol. Binnen de Taskforce Infra krijgt die vraag steeds concreter vorm: hoe organiseer je leren zo, dat ervaringen uit het ene traject direct bijdragen aan volgende projecten en andere portfolio’s?

Van ervaring naar hergebruik

In een omgeving waarin meerdere portfolio’s parallel lopen, wordt dat vraagstuk urgenter. Teams werken aan vergelijkbare opgaven, vaak met dezelfde technische en organisatorische uitdagingen. De meerwaarde ontstaat dan niet alleen in wat er binnen één traject wordt ontwikkeld, maar vooral in wat daarvan wordt hergebruikt. 

“De neiging is nog vaak om per project te optimaliseren,” zegt Jorrit Nieuwenhuis, portfoliomanager Bruggenwerf PPO Rijkswaterstaat. “Maar de winst zit juist in consistentie: goed nadenken over wat je leert en dat meenemen naar het volgende traject.” Die insteek vraagt om een andere benadering van leren. Minder gericht op evalueren achteraf, meer op het actief benutten van kennis in het vervolg. Niet steeds opnieuw beginnen, maar voortbouwen op wat er al ligt.

Een gerichte vraag, een concreet startpunt

Om die stap concreet te maken, is binnen de Taskforce Infra een expertgroep ingericht met vertegenwoordigers van Rijkswaterstaat en de markt. De centrale vraag daarbij: hoe organiseer je systematisch leren over portfolio’s heen, zodat de productie daadwerkelijk toeneemt? Als eerste uitwerking is gekozen voor beweegbare bruggen. Juist hier komt veel samen: technische complexiteit, een intensieve planfase en veel afhankelijkheden in de keten. 

“Bij beweegbare bruggen zit een groot deel van de complexiteit in de voorbereiding,” zegt Pieter-Martijn Flamink, directeur bij BAM Infra. “Als je daar slimmer leert en keuzes maakt, heeft dat direct effect op de snelheid van de uitvoering.” De inzichten die hier worden ontwikkeld, zijn ook breder toepasbaar binnen andere portfolio’s en objecttypen.

Gericht ingrijpen waar het verschil zit

De expertgroep benaderde de opgave vanuit de praktijk: waar stokt het leren nu, en wat is nodig om dat te doorbreken? Waar kunnen we zelf op voortbouwen en hoe brengen we ervaringen bij elkaar? Daardoor is voortgebouwd op verschillende andere initiatieven binnen en buiten Rijkswaterstaat.

Op korte termijn gaat het bijvoorbeeld over het wegnemen van belemmeringen, zoals overbodige proceseisen, bestaande kennis beter benutten en het borgen van die werkwijze. Dan blijft leren niet afhankelijk van individuele projecten of teams. Op de langere termijn zijn er kansen om in de voorfases te versnellen en voorspelbaarder te zijn.

Beginnen met wat er al is

Binnen die aanpak krijgt één principe nadrukkelijk prioriteit: delen en overnemen. “Er gebeurt al heel veel,” zegt Flamink. “De uitdaging is om te beginnen met wat er al is. Wat kun je gebruiken, en hoe pas je dat slim toe?” Dus eerst kijken wat er al ontwikkeld is door andere teams, andere projecten of andere portfolio’s en dat gebruiken als vertrekpunt.  “Je moet durven omarmen wat een ander al heeft bedacht,” zegt Nieuwenhuis. “Dat zit niet alleen in techniek of processen, maar vooral in gedrag.”

Daarmee verschuift het vertrekpunt fundamenteel. Niet langer beginnen met een leeg vel, maar met een oplossing die zich al heeft bewezen. Innovatie ontstaat vervolgens door die oplossing verder te ontwikkelen en toe te passen in een nieuwe context.

Stap naar bredere toepassing

Die verschuiving raakt niet alleen inhoud en processen, maar ook de manier van werken. Ingenieurs en bouwers zijn van nature sterk gericht op techniek, eisen, processen en het uitwerken van hele goede, maar unieke oplossingen. Dat vakmanschap blijft belangrijk, maar krijgt een andere invulling. De vraag verandert naar “wat kunnen we hergebruiken en verder verbeteren?” Dat vraagt om andere keuzes in de praktijk en soms ook om het doorbreken van de reflex om steeds opnieuw te beginnen.

De eerste uitwerking is gericht op beweegbare bruggen, waar inmiddels concreet wordt gewerkt aan het organiseren van delen en overnemen. De ambitie is breder volgens Flamink: “Wat hier wordt ontwikkeld, moet doorstromen naar andere portfolio’s en objecttypen.”

Leren dat doorwerkt

De portfolioaanpak biedt de structuur om op te schalen. Systematisch leren zorgt ervoor dat die schaal ook daadwerkelijk leidt tot versnelling en minder faalkosten. Door kennis actief over te nemen en verder te ontwikkelen, ontstaat een werkwijze waarin projecten op elkaar voortbouwen. Nieuwenhuis zegt tot slot: “Daarmee is leren geen bijproduct, het is een integraal onderdeel van de uitvoering. Precies wat nodig is om de impact van de portfolioaanpak ook echt gezamenlijk te realiseren.”

Taskforce Infra

De Taskforce Infra (TFI) is het samenwerkingsplatform waar Rijkswaterstaat, Bouwend Nederland, Techniek Nederland, NLingenieurs, MKB Infra, Cumela en de Vereniging van Waterbouwers in een open dialoog samen werken aan concrete en doelgerichte oplossingen die bijdragen aan het verhogen van de productiviteit voor de instandhoudingsopgave. De TFI bestaat uit themagroepen en het Platform VenR waarin inzichten, informatie en kennis op een open en transparante manier worden gedeeld. Het is daarmee een voorbeeld voor de nieuwe manier van samenwerken die nodig is om de grote opgave waar de infrasector voor staat aan te kunnen. Meer weten over de Taskforce Infra? Ga dan naar www.taskforceinfra.nl.

    Afbeeldingen

    Cookie-instellingen