Eerlijk geld voor eerlijk werk in de praktijk

Sluizencomplex SchellingwoudeSluizencomplex Schellingwoude
23-12-2025
253 keer bekeken

Hoe zorg je ervoor dat onderhoud aan onze vitale infrastructuur wordt uitgevoerd tegen een eerlijke prijs, met de afgesproken kwaliteit en met verantwoord gebruik van publiek geld?

Die vraag speelt breed in de infrasector en is ook binnen de Taskforce Infra een belangrijk gespreksonderwerp. Het Basisonderhoudscontract (BOC) voor het Noordzeekanaal laat zien hoe eerlijk geld voor eerlijk werk er in de praktijk uit kan zien. Lange tijd lag de nadruk bij aanbestedingen sterk op de laagste prijs. Dat zorgde in het verleden regelmatig voor spanning tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. “Uit eerdere aanbestedingen bleek dat onze ramingen en de inschrijvingen van de markt soms best ver uit elkaar lagen,” zegt Wim Bosse, contractmanager bij Rijkswaterstaat. “Het areaal is complex en de beschikbare data was niet altijd compleet of actueel. Daardoor was het lastig om vooraf kosten en risico’s realistisch in te schatten.”

Ook aan de marktzijde zorgde dat voor druk. Jaap van den Elshout, projectmanager bij BAM Infra Nederland en namens de combinatie SAEM betrokken bij het BOC Noordzeekanaal, herkent dit. “In de tenderfase ging je soms scherp aan de wind varen. Pas later, bij een nulmeting, kreeg je echt goed zicht op de kwantiteit en kwaliteit van het areaal. Dan kon de verhouding tussen werk, risico en budget ingewikkeld worden, terwijl je nog lang met elkaar verder moest.”

Samen zicht op scope en risico’s

Om die kloof te overbruggen, koos Rijkswaterstaat bij het Noordzeekanaal voor een tweefasen-aanpak. In de eerste fase brengen opdrachtgever en opdrachtnemer samen het areaal, de onderhoudsbehoefte en de risico’s in kaart. “In fase 1 kijk je samen: wat is er, wat moet er gebeuren en wat betekent dat voor de kosten en risicoverdeling,” legt Van den Elshout uit. “Die intensieve gesprekken hebben nog geen directe financiële consequenties. Je bouwt eerst met elkaar aan inzicht en vertrouwen.”

Eerlijk geld voor eerlijk werk vraagt om openheid. Voor Rijkswaterstaat is die transparantie ook belangrijk met het oog op verantwoording. “Wij beheren belastinggeld,” benadrukt Bosse. “Dan moeten prijs en kwaliteit kloppen en moet aantoonbaar zijn dat het afgesproken werk ook daadwerkelijk is uitgevoerd.”

Aantoonbare kwaliteit en flexibiliteit

Naast een realistische prijs draait eerlijk werk ook om kwaliteit. Binnen het BOC is vastgelegd welk onderhoud nodig is, welke ontwikkelingen op bijvoorbeeld Asset Management en veiligheid we willen doormaken en hoe dat wordt aangetoond. Jaarlijkse evaluaties spelen daarbij een belangrijke rol. “We checken regelmatig of we nog de juiste dingen doen,” zegt Bosse. “Zijn doelen veranderd of is wetgeving aangepast? Dan moet je samen kunnen bijsturen.” Die flexibiliteit werkt ook voor de markt. Van den Elshout “Je kunt niet alles vooraf dichtregelen. Zeker niet bij een complex areaal als deze met een grote ontwikkel- en vervangingsopgave. Door jaarlijks te evalueren, blijf je in gesprek en kun je aanpassen wat nodig is. Dat geeft alle betrokkenen rust.”

Wat vraagt dit van mensen?

Die rust ontstaat niet vanzelf. Deze aanpak vraagt meer dan een ander contractmodel. Het vraagt ook ander gedrag. “Je moet risico’s durven benoemen en ervaringen delen,” zegt Van den Elshout. “De mensen buiten merken dat. Zij worden enthousiaster, omdat duidelijker wordt wat er moet gebeuren en het meer draait om goed werk te leveren met adviseren tot verbetering voor het areaal” De relatie tussen de betrokken partijen is door deze aanpak fundamenteel verandert. De focus ligt niet meer bij het contract zelf, maar verschuift van veel discussies voeren naar samenwerken aan het beste resultaat voor het areaal.

Van project naar bredere toepassing

Het BOC Noordzeekanaal staat niet op zichzelf. Rijkswaterstaat en de markt kijken breder naar contractvormen die beter aansluiten bij de complexiteit van de V&R-opgave. De kracht van dit project zit vooral in de manier waarop opdrachtgever en opdrachtnemer structureel met elkaar in gesprek blijven. Bosse: “Je houdt elkaar scherp en kunt op tijd bijsturen als omstandigheden veranderen.” Dat voorkomt discussies achteraf en geeft houvast in de uitvoering.

De belangrijkste les uit het Noordzeekanaal is dat afstemming vooraf loont. Door in een vroege fase samen zicht te krijgen op scope, risico’s en kosten, ontstaat een realistische basis voor uitvoering. Niet alles hoeft vooraf vast te liggen, zolang duidelijk is hoe en wanneer je samen evalueert en bijstuurt. Die werkwijze sluit aan op het vertrekpunt van de Taskforce Infra: praktijkervaringen benutten om samenwerking en contractvorming stap voor stap te verbeteren. Niet één vast model staat centraal, maar gedeelde uitgangspunten.

In balans vooruit

Het Noordzeekanaal laat zien dat eerlijk geld voor eerlijk werk geen abstract ideaal is, maar een werkbare manier van organiseren. Door duidelijke afspraken, regelmatige evaluaties en open samenwerking ontstaat meer rust in projecten, betere besluitvorming en meer ruimte voor vakmanschap. Dat helpt om kwaliteit te borgen en publiek geld verantwoord te besteden en is een belangrijke randvoorwaarde om ook toekomstige projecten samen succesvol uit te voeren.

Taskforce Infra

De Taskforce Infra (TFI) is het samenwerkingsplatform waar Rijkswaterstaat, Bouwend Nederland, Techniek Nederland, NLingenieurs, MKB Infra, Cumela en de Vereniging van Waterbouwers in een open dialoog samen werken aan concrete en doelgerichte oplossingen die bijdragen aan het verhogen van de productiviteit voor de instandhoudingsopgave. De TFI bestaat uit themagroepen en het Platform VenR waarin inzichten, informatie en kennis op een open en transparante manier worden gedeeld. Het is daarmee een voorbeeld voor de nieuwe manier van samenwerken die nodig is om de grote opgave waar de infrasector voor staat aan te kunnen. Meer weten over de Taskforce Infra? Ga dan naar www.taskforceinfra.nl.

Afbeeldingen

Cookie-instellingen