Die vragen zijn het vertrekpunt van een andere manier van samenwerken in het onderhoudsproces. Het Basisonderhoudscontract (BOC) is daarbij een belangrijke stap. In Zuid-Nederland loopt het eerste BOC nu anderhalf jaar. In een driegesprek delen betrokkenen van Rijkswaterstaat PPO, regio Zuid-Nederland en Heijmans hun ervaringen.
Leren van de praktijk
De lessen uit het BOC zijn waardevol voor de bredere samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Via de visie Samenwerken in Onderhoud (SIO) en ondersteund door de Taskforce Infra met de klankbordgroep Markt en Assetmanagement, wordt actief samengewerkt aan het delen van inzichten, verbeteren van contractvormen en versterken van ketensamenwerking. Deze praktijkervaringen dragen bij aan de ambitie om onderhoud structureel slimmer, eerlijker en effectiever te organiseren.
Gedeelde verantwoordelijkheid
Jarenlang werkte Rijkswaterstaat met prestatiecontracten op basis van functionele eisen. Aannemers bepaalden zelf hoe ze de gewenste prestaties realiseerden. “In de praktijk leidde dat soms tot verkeerde prikkels en discussies over de contracteisen,” vertelt Martijn van der Aalst, projectmanager Zuid-Nederland A-wegen bij Rijkswaterstaat. “Aannemers en Rijkswaterstaat hadden hierdoor onvoldoende focus op het standaard verzorgend onderhoud buiten. Daarnaast dreef bijkomend variabel werk de kosten voor RWS flink op.”
Van afstand naar afstemming
Rijkswaterstaat koos voor een andere oplossing. Geen abstracte functionele eisen, maar zelf formuleren wat er buiten nodig is op basis van eigen areaalkennis. Het Basisonderhoudscontract (BOC) kent geen functionele eisen. Rijkswaterstaat schrijft voor wat er moet gebeuren, waarna de aannemer het onderhoud naar eigen inzicht uitvoert. “Wij kennen het areaal en weten wat er nodig is,” zegt Mart Lavrijsen, senior adviseur Zuid-Nederland bij Rijkswaterstaat. “Het op orde houden van het areaal staat centraal en daarover gaan we in gesprek met de markt.” Dit zorgt voor een andere dynamiek. Markt en opdrachtgever zitten samen aan tafel, delen risico’s, leren van elkaar en voeren open en inhoudelijke gesprekken over uitvoering, knelpunten en oplossingen.
BOC in de praktijk
Volgens Geertje van Dongen, contractmanager BOC-ZNM bij Heijmans Infra Assetmanagement, was het BOC wel wennen. “Omdat dit het eerste contract is dat in uitvoering ging, wisten we niet precies hoe dit in de praktijk ging uitpakken. We kwamen er snel achter dat het BOC een hele andere aanpak vraagt dan een prestatiecontract. Niet alleen andere processen, maar vooral een andere houding. Je zit veel dichter op de inhoud en op elkaar. Dat is positief, maar ook uitdagend.” Het BOC legt veel meer nadruk op samenwerking in de keten. Geen klassieke opdrachtgever-opdrachtnemer relatie, maar samen plannen, prioriteren en verbeteren. “De lijnen zijn korter en we sparren vaker over inhoudelijke keuzes,” zegt Geertje. “Dat is waardevol en vraagt meer afstemming.”
Onderhoud op basis van het BOC loopt nu ongeveer anderhalf jaar in Zuid-Nederland. Martijn: “We lopen voorop in Nederland en dat betekent dat we ook aandachtspunten tegenkomen. Het BOC is bijvoorbeeld gericht op vast, planbaar onderhoud, maar tijdens een schouw komen aannemers soms dingen tegen. Voor dat variabel en soms meer specialistisch werk was er afgelopen anderhalf jaar nog geen inkoopmogelijkheid. Ook die hebben we in Zuid-Nederland ontwikkeld. Voor werk buiten de planning is een helder kader nodig, bevestigt Mart. “Als het areaal om een aanpassing vraagt, zoals een ontbrekend faunaraster of ontbrekende geleiderail, moeten we snel kunnen schakelen. Maar binnen het BOC is daar niet altijd ruimte voor. Het schuurt soms tussen snelle actie en de behoefte aan transparantie en budgetzekerheid.”
Datagedreven onderhoud
Een ander aandachtspunt is de datakwaliteit. Om effectief samen te kunnen werken, moet de informatie over het areaal op orde zijn. “Dat blijkt in de praktijk nog niet altijd het geval,” zegt Martijn. “Als de hoeveelheden niet kloppen of informatie ontbreekt, gaan we daarover in gesprek. Zo proberen we samen de processen te stroomlijnen en het onderhoud te optimaliseren.”
Samen blijven leren
Ondanks de uitdagingen zijn de drie betrokkenen positief over de koers die is ingezet. “De lijnen zijn korter, het overleg is beter en er is meer wederzijds begrip,” zegt Geertje. “We zitten samen aan tafel, ook als iets tegenzit.” Goede afstemming met de markt is belangrijk Om deze contractvorm te laten slagen is een cultuurverandering nodig. Martijn: “We stappen af van het denken in wij-zij. We zijn partners in de keten.”
Tegelijkertijd is duidelijk dat het werk niet af is. Het nieuwe contractmodel vraagt voortdurende afstemming en bijsturing. “Het gaat om houding en gedrag,” stelt Mart. “Om openheid, luisteren naar elkaar, en de bereidheid om te leren. Dat is niet altijd makkelijk, maar het is wel nodig.”
Bouwen op vertrouwen
Het verhaal van het BOC in Zuid-Nederland laat zien dat goed onderhoud niet begint bij een contract, maar bij gelijkwaardige samenwerking. Niet alleen op papier, maar vooral in de praktijk, aan de overlegtafel en bij onverwachte situaties. Samen werken aan onderhoud betekent: verantwoordelijkheid delen, blijven leren en bouwen op vertrouwen. Alleen zo blijft onze infrastructuur in topvorm.
Over de Taskforce Infra
De Klankbordgroep Markt en Assetmanagement is een onderdeel van de Taskforce Infra (TFI). De TFI is het samenwerkingsplatform waar Rijkswaterstaat, Bouwend Nederland, Techniek Nederland, NLingenieurs, MKB Infra, Cumela en de Vereniging van Waterbouwers in een open dialoog samen werken aan concrete en doelgerichte oplossingen die bijdragen aan het verhogen van de productiviteit voor de instandhoudingsopgave. De TFI bestaat uit themagroepen en het Platform V&R waarin inzichten, informatie en kennis op een open en transparante manier worden gedeeld. Het is daarmee een voorbeeld voor de nieuwe manier van samenwerken die nodig is om de grote opgave waar de infrasector voor staat aan te kunnen. Meer weten over de Taskforce Infra? Ga dan naar www.taskforceinfra.nl.